Er bestaat veel onduidelijkheid over de rechtspositie van praktijkhouders ten opzicht van hun (preferente) zorgverzekeraar en de rol van verzekerden daarbij. De turbulente ontwikkelingen rond het jaarlijkse contracterings-circus en de discussies in het kader van HetRoerMoetOm, hebben geleid tot tal van vragen van huisartsen. “Mogen wij met zijn allen een zorgverzekeraar boycotten? Is een verzekeraar wel of niet verplicht met mij te onderhandelen?” of “Mag ik zelf een zorgverzekeraar als preferent kiezen?”

Dit soort vragen bereikt ons bestuur. Wij begrijpen waar de achterliggende sentimenten en ervaringen vandaan komen, zeker wanneer een zorgverzekeraar zich niet bereid toont tot onderhandelen. Je voelt je als praktijkhouder gedwongen het contract te tekenen. De vraag is dan: “zal het roer ooit echt om gaan?” We hebben naar antwoorden gezocht.

Het CPH-bestuur heeft de afgelopen dagen overleg gehad met de Toezichthouder ACM. We komen nu met een helder verslag over wat wel en wat niet mogelijk is met betrekking tot onze relatie met de zorgmarktlieden, de zorgverzekeraars. (de visie van de ACM)

Veel gestelde vragen

1. Is een zorgverzekeraar verplicht om met mij (ons) praktijkhouder(s) te onderhandelen?
Neen, verzekeraars hoeven niet te onderhandelen over de zorginkoopvoorwaarden of de contracten die zij aanbieden aan praktijkhouder(s). Vandaar de naam ‘TROG’-contracten: Tekenen-Rechts-Onder-Graag. Wel is de zorgverzekeraar verplicht voldoende zorg in te kopen voor zijn verzekerden. Hierop dient de NZa toe te zien. Wat voldoende zorg is en wat onvoldoende, en welke criteria hierbij worden gehanteerd, is niet duidelijk.

2. Wat mag de CPH wel en niet met betrekking tot het contracteringsproces?
De CPH mag u individueel niet adviseren wel of geen contract te tekenen. De CPH mag ook niet oproepen tot een contractboycot van een (of meerdere) zorgverzekeraars.

3. Mag ik zelf een zorgverzekeraar als preferent kiezen?
Ja dat mag. De zorgverzekeraar is echter niet verplicht een contract te sluiten met een praktijkhouder. Wanneer er een substantieel aantal verzekerden van een verzekeraar in het praktijkgebied woont van de betreffende praktijkhouder, zal dat bijdragen aan de bereidheid van de zorgverzekeraar een (preferent) contract te sluiten.

4. Is een praktijkhouder verplicht een contract te sluiten met een zorgverzekeraar?
Neen, zowel praktijkhouder als zorgverzekeraar zijn vrij om wel of niet een contract aan te bieden en om een contract wel of niet te accepteren.

5. Is een ‘verre zorg verzekeraar’ verplicht het contract met de preferente verzekeraar te volgen?
Hoewel het veelal gebruikelijk is, is er geen verplichting tot volgen. Het is op dit moment in discussie binnen één van de werkgroepen van HetRoerMoetOm. Het volgen van contracten kan (administratieve) voordelen opleveren maar het moet binnen het mededingingskader plaatsvinden. Mogelijk is er binnenkort meer duidelijkheid over te geven.

6. Wat mag ik als praktijkhouder wel en niet met betrekking tot het contracteringsproces?
Als praktijkhouder mag u zelf niet oproepen tot een boycot. Wel mag u als individuele huisarts besluiten geen contract meer af te sluiten met een verzekeraar. Daarbij moet het gaan om een door u zelfstandig genomen besluit.

Indien eea. leidt tot een situatie waarin zo weinig huisartsen een contract hebben getekend dat de betreffende zorgverzekeraar niet langer aan haar inkoopplicht kan voldoen, dan is dat vervelend voor de zorgverzekeraar, maar dat is nu eenmaal marktwerking. De zorgverzekeraar zal in die situatie opnieuw met huisartsen in gesprek moeten om eruit te komen en aan haar zorginkoopplicht te kunnen voldoen.

7. Wat mag ik als praktijkhouders wel en niet met betrekking tot onze contractstatus tegenover onze patiënten?
U kunt, net zoals zorgverzekeraars dat doen met huisartsenpraktijken, aangeven met welke verzekeraar u wel of geen contract hebt gesloten. U kunt dit kenbaar maken aan uw patiënten zoals u dat zelf wenst: mondeling, via een mailing of een poster in de wachtkamer. U mag ook, indien u met één of meer verzekeraars geen contract heeft, uw patiënten daarop attenderen zodat zij nog voor 1 januari de mogelijkheid hebben om over te stappen naar een zorgverzekeraar met wie u wel een contract hebt afgesloten.

U mag een bestaande behandelrelatie niet beëindigen indien uw patiënt een verzekering heeft afgesloten (of houdt) bij een zorgverzekeraar waarmee u geen contract hebt. U mag wel de inschrijving van nieuwe patiënten weigeren wanneer die verzekerd zijn bij een zorgverzekeraar waarmee u geen contract heeft afgesloten.

8. Indien ik als praktijkhouder contractloos bent, mag ik dan zaken in rekening brengen bij de patiënt?
Ja, alle geboden zorg mag u in rekening brengen bij de patiënt.

9. Indien een verre zorgverzekeraar weigert het contract met de preferente zorgverzekeraar te volgen, mag ik dan de door mij verleende zorg in rekening brengen bij de patiënt?
Ja, alle geboden zorg mag u in rekening brengen bij de patiënt.

10. Welke zekerheden zijn er eigenlijk bij een contractloze praktijkvoering?
Met de uitspraak op 1 dec. jl van de rechtbank [CBb] in de zaak van VPHuisartsen tegen de NZa, is duidelijk dat een contractloze praktijkhouder recht heeft op een ‘redelijke’ vergoeding voor de geleverde zorg aan verzekerden. Via de patiënt of via de zorgverzekeraar. De verzekerde patiënt heeft het recht zijn eigen huisarts te kiezen en mag niet belemmerd worden de zorg te ontvangen waaraan behoefte is.

11. Welke (mogelijke) consequenties heeft contractloos gaan voor mij als praktijkhouder?

  • Consulten, visites en inschrijftarieven worden regulier vergoed; bepaalde modules en M&I verrichtingen met vrije tarieven zouden mogelijk tegen een lager (redelijk) tarief dan gangbaar is, vergoed kunnen worden.
  • Er kan daardoor een lichte omzetdaling optreden maar conform de uitspraak van de rechter mag de vergoeding van de geleverde zorg geen hinderpaal vormen waardoor het recht van de patiënt op vrije artsenkeuze wordt belemmerd.
  • De verplichting om aangesloten te zijn bij een huisartsenpost vervalt alsook de verplichting ANW-diensten te verrichten zoals omschreven in het ZV-contract.
  • Praktijkhouders kunnen zelf hun diensten aanbieden aan de huisartsenposten en overeenkomen onder welke condities zij willen of kunnen bijdragen aan de ANW-spoedzorg. Patiënten dienen daarbij goed geïnformeerd te zijn waar zij in hun regio voor spoedeisende zorg terecht kunnen in ANW.
  • Zonder contract beslist de praktijkhouder zelf over het wel of niet sluiten van goodwill-transacties en is hij vrij van verplichtingen inzake LSP-aansluiting. Dat laatste is van essentieel belang, omdat vanaf 1 januari 2016 de nieuwe wet WBP geldt waarin – mocht het mis gaan met via het LSP uitgewisselde patiëntgegevens (datalek oid) – individueel een boete opgelegd kan worden van maximaal 810.000 euro of 10% van uw jaaromzet.

Het is ons als onderhandelingsteam de afgelopen weken duidelijk geworden dat verzekeraars in hun maag zitten met het grote aantal praktijkhouders dat (nog) geen contract heeft getekend. Half november moesten de zorgverzekeraars op hun sites aan kunnen geven bij welke praktijken huisartsgeneeskundige zorg is ingekocht. Dat de contractering bij zoveel praktijkhouders nog niet gerealiseerd is, zal mogelijk bijdragen aan de bereidheid van verzekeraars om met CPH in gesprek te gaan om tot overeenstemming te komen op enkele hoofdlijnen. In onze meest recente nieuwsbrief kunt u lezen wat er in deze tot nu toe bereikt is bij de diverse ZV’s.