Het College van Beroep voor het bedrijfsleven [CBb] heeft vandaag uitspraak gedaan in het door VPHuisartsen ingestelde beroep tegen de NZa-Tariefsbeschikking Huisartsenzorg en Multidisciplinaire zorg 2015. Daarbij mochten huisartsen zonder contract met een zorgverzekeraar (‘contractvereiste’) een aantal medische verrichtingen niet meer in rekening brengen. Dat betekende of voor niets zorg leveren of vaker doorverwijzen naar het duurdere ziekenhuis ten laste van het eigen risico van patiënten. De beschikbaarheid van gewenste en doelmatige zorg voor patiënten was zo niet meer te garanderen. Daarbij kon een omzetderving voor de praktijkhouder van zo’n 20-25% het gevolg zijn.

NZa handelt in strijd met artikel 13

Het CBb is van mening dat een verzekerde patiënt het recht heeft zijn eigen huisarts te kiezen en niet belemmerd mag worden de zorg te ontvangen waaraan behoefte is. Wanneer de huisarts bepaalde verrichtingen niet meer in rekening mag brengen wordt dit beginsel gefrustreerd en zal de huisarts die verrichtingen ook niet meer willen of kunnen leveren. Het CBb vindt dat de NZa handelt in strijd met art. 13 van de Zorgverzekeringswet door een contractvereiste op te nemen in de Tariefsbeschikking. De NZa mag geen financiële ‘hinderpaal’ opwerpen voor de vrije artsenkeuze. Het dient nu binnen drie maanden met nieuwe voorstellen te komen.

Redelijke contractvrije tarieven

Huisartsen die hun praktijkvoering contractvrij uitvoeren, kunnen met deze uitspraak van de rechter hun verleende zorg straks tegen redelijke tarieven declareren bij de patiënt of de zorgverzekeraar. VPHuisartsen gaat er vooralsnog vanuit, gezien de huidige NZa-tarieven die dicht tegen of zelfs beneden de kostprijs liggen, dat de nog te bepalen tarieven voor contractloze praktijken, niet veel zullen verschillen met die van gecontracteerde praktijken. Daarover bestaat echter nog geen exacte duidelijkheid. Praktijkhouders zullen nu zelf moeten beoordelen of een contractvrije praktijkvoering zonder opgelegde contractverplichtingen van zorgverzekeraars, inclusief een mogelijke omzetdaling, een gewenste keuze is voor het komende jaar.

VPHuisartsen is verheugd dat de uitspraak van het CBb bij kan dragen aan een gelijkwaardiger onderhandelingspositie tussen zorgaanbieders en verzekeraars. “Het Roer is nog lang niet om maar wel is hiermee de koers, net als de overmatige macht van verzekeraars, enigszins bijgesteld. Dat is goed voor de huisarts en beter voor patiënten. De NZa zal serieuzer moeten letten op het belang van patiënten en de zorgverleners rondom hen. De Zorgverzekeraars zijn al rijk en machtig genoeg, die redden zichzelf wel”, aldus de woordvoerder van de praktijkhoudende huisartsen.

VPHuisartsen is een snel groeiende vereniging die de belangen behartigt van praktijkhoudende huisartsen, velen apotheekhoudend, met inmiddels bijna 850 leden. De vereniging kan zich nog niet uitspreken over het aantal praktijkhouders dat zou kunnen besluiten contractloos te gaan. VPHuisartsen is van plan scherp toe te zien dat de nieuwe NZa-voorstellen in lijn zijn met de CBb-uitspraak en de onderliggende motivatie van de rechters.