We zitten voor het eerst echt aan tafel met de zorgverzekeraars”

Meer regie in de onderhandelingen met zorgverzekeraars en een serieus alternatief voor de TROG-contracten. Dat is de inzet van de Coöperatie Praktijkhoudende Huisartsen, en daar wordt achter de schermen ongelofelijk hard aan gewerkt. Zo’n verandering in de verhoudingen wordt in verzekeringsland natuurlijk niet zomaar omarmd. Dat kost tijd en heel veel praten, maar het goede nieuws is: er wordt vooruitgang geboekt! CPH zit inmiddels echt aan tafel met de zorgverzekeraars en meestal in een constructieve sfeer. Bestuursleden Hans Nobel en Dick Groot praten u graag even bij.

Na jarenlange oekazes van VWS, ZN, NZa en ACM was voor de meeste huisartsen vorig jaar de maat vol. Ze hadden schoon genoeg van de ongelijke verhoudingen, de cultuur van wantrouwen, de overmatige bureaucratie en de TROG-contracten. De opening werd gecreëerd door het door 8000 huisartsen ondertekende Manifest van Het Roer Moet Om. De CPH, een coöperatie die in diezelfde tijd is opgericht en die namens praktijkhoudende huisartsen onderhandelingen wil voeren met de zorgverzekeraars om ervoor te zorgen dat TROG-contracten verdwijnen en de levering van zorgaanbod op basis van gezamenlijk overeengekomen afspraken kan plaatsvinden, wil dat de intenties die zijn uitgesproken, worden omgezet in praktische maatregelen. Dat is een hele kluif. “Huisartsen die tegengas bieden en echt willen onderhandelen, dat is nieuw voor zorgverzekeraars, dus dat is niet zomaar even geregeld”, zegt Hans Nobel. “Zorgverzekeraars zijn gewend aan een machtspositie, dus wordt er volop blufpoker gespeeld en tijd gerekt. Het proces kost veel meer tijd dan we dachten. Het gaat langzaam, maar er zit beweging in.”

Dick Groot beaamt dat. “We zijn vorig jaar november begonnen met het voeren van gesprekken met alle verzekeraars. Recent hebben VGZ en CZ toegezegd dat ze met ons een verkenningstraject ingaan waarbij het Modulair Huisartsgeneeskundige Zorgaanbod van de CPH (MZH) naast hun eigen contract inzet is van de onderhandelingen. Dat klinkt als een bescheiden winst, maar in werkelijkheid is het een hele stap. We zitten namens 850 praktijkhouders voor het eerst in de geschiedenis aan de onderhandelingstafel met verzekeraars. Dat is iets om trots op te zijn! Het is nog maar een paar maanden geleden dat de ACM de mogelijkheid tot meer samenwerking (zoals gezamenlijke onderhandeling) heeft geaccordeerd. We moeten er geruime tijd voor uittrekken voordat het gebruikelijk is dat huisartsen aan de onderhandelingstafel afspraken maken over hun zorgaanbod , maar we zijn op weg. Er wordt naar ons geluisterd en dat is een goed begin.”

MHZ

Dat de CPH serieus wordt genomen heeft alles te maken met het feit dat de organisatie weet wat er leeft onder praktijkhouders en haar huiswerk doet. Er is veel tijd gestoken in het schrijven van het eigen zorgaanbod (MHZ) dat kan gelden als serieuze inzet voor de contractonderhandelingen met zorgverzekeraars. Het MHZ bevat allerlei punten die voor praktijkhouders belangrijk zijn. Bijvoorbeeld:

Tijdgerelateerde consulten

Het standaardtarief voor een 10 minuten-consult of dubbel consult sluit niet aan bij de veelkleurige werkelijkheid in de spreekkamer. Niet alle patiënten zijn of hebben hetzelfde, en dus verschilt ook de tijd die je als arts een patiënt biedt om goede zorg te leveren. Daarom gaan we in het MHZ voor tijdgerelateerde consulten met bijpassende honorering. Als iemand een uur nodig heeft, moet hij dat ook kunnen krijgen. Meer tijd kunnen uittrekken voor het gesprek met patiënten is ook in het belang van de verzekeraar, omdat een goed gesprek zich vaak vertaalt in minder doorverwijzen. Het kan onnodige zorg voorkomen. Zeker wanneer het terminale patiënten betreft is voldoende tijd en aandacht van grote waarde. Het past goed bij het project van de ‘dappere dokters’. Wij vragen van de zorgverzekeraars onze aanvraag bij de NZ voor de tariefsaanpassing mee te ondersteunen.

Eigen zorgprogramma’s

Zorgprogramma’s (ketenzorg voor speciale doelgroepen als chronisch zieken) lopen meestal via zorggroepen. Dat is onnodig duur en ingewikkeld. Daarom wordt in het MHZ voorgesteld chronische zorgprogramma’s meer vanuit de eigen praktijk te organiseren. Dat heeft als voordeel dat je als huisarts met je aanbod beter kunt aansluiten bij wat jouw patiënten nodig hebben. Maatwerk dus. CPH biedt daarvoor alvast enkele programma’s aan en zorgt dan voor extractie van de benodigde gegevens, op basis van enkele zinnige en valide indicatoren, voor de zorgverzekeraars. Wij denken dat prima uit te kunnen voeren in lijn met de discussie in HRMO over het beperken van de 95 indicatoren tot 32 voor de vier zorgprogramma’s.

Dick Groot: “Zorggroepen hebben ervoor gezorgd dat de kwaliteit van de ketenzorg naar een hoger plan is getild. Dat was goed, en dat moeten we vasthouden. Maar we moeten voorkomen dat we doorschieten naar een situatie waarin mensen blijvend opgedeeld worden in ziektebeelden. De patiënt is gebaat bij integrale zorg die geleverd wordt vanuit de eigen praktijk door de eigen dokter. Dat willen we graag in de contracten regelen.”

Oncologische nazorg

Het recente onderzoek van NIVEL naar de mogelijkheid van nazorg voor oncologische patiënten door de huisarts, legt de basis onder de overheveling van deze zorg van de tweede naar de eerste lijn. Dat past prima in de wens van huisartsen voor meer geïntegreerde zorg, maar het betekent wel extra werk. Huisartsen zullen sneller bereid zijn die zorg te verlenen, indien daar een gepaste financiering, dus extra geld, boven op het huidige macro-huisartsenbudget, tegenover staat. Ook daar biedt het MHZ onderhandelingsruimte voor nadere afspraken.

ANW-spoedzorg

In het MHZ mikken we ook op een andere aanpak van de ANW-spoedzorg. De ‘collectieve verantwoordelijkheid van de huisartsenzorg’ voor de organisatie ervan, komt nu uitsluitend neer op de schouders van de praktijkhouders. HIDHA’s en waarnemers kennen immers deze 24-uurs zorgplicht niet. Dat is principieel onjuist en niet langer houdbaar. Zeker nu het aantal praktijkhouders veel minder hard stijgt dan het aantal HIDHA’s en waarnemers (ruim 3600 in 2015), en het enthousiasme voor de ANW-spoedzorg daalt mede doordat het in 80% van de gevallen niet om medische spoedzorg gaat, maar om verplaatste dagzorg. Dat leidt tot demotivatie en onnodig hoge kosten. Dat moet dus anders, vindt CPH. “De lasten drukken nu op de schouders van een steeds kleinere groep. Dat zorgt inmiddels voor grote problemen bij de praktijkhouders. Wij willen de collectieve verantwoordelijkheid voor de ANW-spoedzorg daarom uitbreiden tot alle werkzame huisartsen, dus ook de waarnemers en de HIDHA’s”, verklaart Hans Nobel. “Dat draagt bij aan de instandhouding van huisartsgeneeskundige 24-uurs zorg in de toekomst en het zou de praktijkhouders lucht geven. En wanneer er bij de triage meer vanuit medische noodzaak in plaats van het gewenste comfort wordt geselecteerd, zal dat ons werk interessanter maken doordat we ons weer kunnen bezighouden met echte spoedgevallen.” Op 3 november organiseert de CPH een rondetafelconferentie met alle stakeholders, van LHV en zorgverzekeraars tot VWS, om zich te buigen over de vraag hoe ze de ANW-spoedzorg toekomstbestendig kunnen maken. Een belangrijke mijlpaal.

Toekomst

Kortom: er wordt hard gewerkt aan nieuwe verhoudingen en betere contracten. Met het MHZ hebben de aangesloten praktijkhoudende huisartsen echt iets in handen. Iets wat het waard is om voor te knokken, vindt Dick Groot. “Via deze contracten willen we de regie in de spreekkamer terugkrijgen en worden we weer baas in eigen praktijk. De winst daarvan is groot: meer autonomie en meer plezier in het werk. Het kost enorm veel tijd, maar daar zet ik me graag voor in. Hoewel we nog maar zo’n 11% van de praktijkhouders vertegenwoordigen, hebben we relatief veel invloed. De uitdaging voor de komende tijd is dat we die invloed blijven gebruiken om constructieve kritiek te ventileren op wat er niet goed gaat en ons sterk maken voor waar we met z’n allen voor staan.” Hij is voorzichtig optimistisch. “We hebben in korte tijd heel wat bereikt. De teller van de CPH staat inmiddels op 850 leden, goed voor 2 miljoen verzekerden. Dat is niet niks, maar om echt een vuist te maken hebben we meer leden nodig, want er moet nog veel gebeuren. We zijn nog lang niet waar we willen zijn. Zo blijven we ageren tegen het opheffen van het beroepsgeheim. Het is principieel onjuist dat onder het mom van fraudebestrijding de privacy van de hele Nederlandse bevolking opzij is geschoven. Die strijd is echt nog niet gestreden.”

Hans Nobel deelt zijn optimisme. Het gaat langzaam, maar hij put hoop uit ervaringen in de farmaceutische sector. “Daar is het onderhandelen van kleine partijen met verzekeraars lang heel moeizaam gegaan. Tegenwoordig verloopt het normaal. Ik heb goede hoop dat het bij ons ook zo gaat en dat we met de zorgverzekeraars tot overeenstemming komen. De tijd heeft geleerd dat verandering vaak meer tijd kost dan verwacht, maar we gaan stug door. Ik verwacht dat we volgend jaar als CPH op een ander, meer gelijkwaardig niveau met de zorgverzekeraars in gesprek zijn en echt kunnen onderhandelen over de contracten waarbij zij aangeven welke zorg ze willen inkopen en wij aangeven onder welke leveringsvoorwaarden wel of niet geleverd kan worden. Het is nog heel erg wennen voor alle partijen, maar deze manier van werken heeft wel de toekomst.”